De bereiding van Boerenkaas
Gewoonlijk volgt het kaasmaken 's morgens direct na het melken van de koeien. De diepgekoelde avondmelk wordt met de nog warme morgenmelk verwarmd tot ongeveer 30° C. Een dusdanig snelle manier van verwerken van de verse melk is niet te evenaren. De boerin voegt zuursel en stremsel aan de melk toe. Na een half uurtje ontstaat een dikke massa. Deze wordt vervolgens in stukjes gesneden en geroerd. Daarbij komt een gele vloeistof vrij. Dit is de 'wei'. De achterblijvende stukjes gestremde melk noemt men 'wrongel'. De wrongel vormt de grondstof voor de kaas.
Na het roeren doet de boerin de wrongel in een kaasvat. Daarin wordt de kaas geperst. Na het persen volgt het zouten van de kaas. Dit gebeurt in een pekelbad. Zout is nodig voor de stevigheid, voor de houdbaarheid en natuurlijk voor de smaak van de kaas.





